Thomas Sennesael over ons Grote Vraag: “Zijn we druppels op een hete plaat”

De meest positieve en haalbare noot in dit résumé vind ik de opmerking dat de burger via gezond verstand en consequente deductie in opstand komt. Maar dan niet zozeer tegen een machtige externe overheid – dat is een te gemakkelijke on-waarheid – maar tegen zichzelf, in wezen. Zichzelf, waarmee ik bedoel zichzelf als mens. Het werd overduidelijk, vond ik, tijdens deze gespreksronde, dat het de concrete méns is die verveeld zit met zijn vlieggedrag, en niet een abstracte overheid. De overheid is een deel van het menszijn. Jonathan Holslag praat daar het duidelijkst over, vind ik: hij zegt dat wij (mensen, individuen, druppels) zélf over onze waardigheid moeten bekommerd zijn, wanneer we in de file staan bijvoorbeeld. Hoe laf vind ik al het gemekker over de tekortschietende overheid, terwijl de meesten geen vin verroeren, om hun loon niet in gevaar te brengen en hun pleziercultus overeind te houden. Hoe kan een overheid ooit iets veranderen, wanneer “het volk” in de boter trapt? Anuna en Greta zijn zo goed, omdat zij er niet in slagen hun geweten, hun gezond verstand, te sussen, en omdat zij daarbij aan de maatschappelijke boom schudden. Hopelijk hebben zijn heel wat individuen geïrriteerd, en hopelijk transformeert die irritatie in een positieve omslag.