Jeroen Olyslaegers: De liefde ondanks alles

Of luister naar de Podcast

Wie is Jeroen Olyslaegers?

‘t Is goed te weten dat Jeroen tien jaar geworsteld heeft om Wil te kunnen schrijven, een boek dat de ambiguïteit van de mens in al haar smerigheid inleefbaar maakt. Tien jaar waarin Jeroen genadeloos naar zichzelf leerde kijken en een verbale geweldenaar zag. Een falend mens. Een proberend mens.

We durven zeggen dat ook zijn andere romans de weke huid van de menselijke conditie aan de zon blootstellen. Geboren vanuit de wil om van de wereld een betere plek te maken is dit de vorm waarin hij beland is. Koel de spiegel voorhouden. Vertellen. Vertellen wat soms moeilijk is om te horen.

We zouden die koele blik van weinig anderen zo vlot aannemen. Wel van hem. Graag van hem. Zijn koele blik komt met een warm hart.

Shownotes

We ontmoetten nooit eerder iemand die zo goed kan uitzoomen zonder onthecht te geraken en inzoomen zonder overzicht te verliezen. Jeroen kan zich vurig en geëngageerd verliezen in een onderwerp, kwaad worden, in opstand komen, maar in dezelfde beweging overschouwt hij het slagveld – met inbegrip van zichzelf – en brengt hij nuance en een zeer verbindend verhaal.
 
Hoofdstuk 1: Ironie
Jeroen praat over de kantelmomenten in zijn professionele leven. Over de postmoderne ironie van de jaren ’90 die hij van zich af moest werpen alvorens hij echt schrijver kon worden. Over het ontstaan van zijn engagement.
 
  • Jeroen schreef in februaru 2021 een stuk in De Standaard over twijfel.
  • Jeroen noemt zijn eerste W-boek Wij als het kantelmoment tussen zijn postmoderne schrijven van de jaren ’90 en een nieuw soort oprechtheid.
  • Zijn er eigenlijk nog literaire cafés waar je jezelf populair kan maken door nonchalant woorden als deconstructie en Derrida te laten vallen?
  • We moesten denken aan de beweging die Randall Casaer maakte, van het humodenken van de jaren ’90 naar een soort oprechte kwetsbaarheid (die zeker niet zwaar hoeft te zijn). Het lijkt een generatie die collectief de beschermende mantel van het cynisme heeft afgeworpen en op zoek gegaan is naar iets anders.
  • Ook Ilja Leonard Pfeijffer schreef onlangs Ondraaglijke lichtheid, over zijn eigen ironie en het gevaar die ze in zich draagt.
  • En David Foster Wallace was uiteraard iedereen voor met zijn New sincerity of post-post-modernisme. Hij schreef erover in een essay in 1993: “The new rebels might be artists willing to risk the yawn, the rolled eyes, the cool smile, the nudged ribs, the parody of gifted ironists, the “Oh how banal”. To risk accusations of sentimentality, melodrama. Of overcredulity. Of softness. Of willingness to be suckered by a world of lurkers and starers who fear gaze and ridicule above imprisonment without law. Who knows.” Held!
  • En op datzelfde moment in 1993 zit Jeroen naar een video-installatie te kijken over vallende kopjes. Hij zoomt uit, ziet zichzelf, ziet de oorlog in Joegoslavië die op dat moment bezig is en er klikt iets. Een nieuw, onironisch engagement wordt geboren.
Hoofdstuk 2: De constatatie van het miraculeuze
In- en uitzoomen in tijd en ruimte met Jeroen Olyslaegers. Jeroen introduceert zijn vorm van spiritualiteit, hij verbindt een verstopte wc met de kosmische grap die ons bestaan is en hij schetst het existentiële berglandschap waarin we allemaal verdwaald zijn.
 
  • We denken dat we met vrij grote stelligheid Jeroens these dat er een spirituele honger is, kunnen bevestigen. Ze onthulde zich in de huisartsenpraktijk van Anneleen De Bonte. In het persoonlijke leven van Ingrid Verduyn en van Peter De Graef. Ze wordt bevestigd door het verhaal van Bart Weetjens. Ze werd gelinkt aan de leegte die religie achterliet door Khalid Benhaddou, Luk Vanmaercke, David Van Reybrouck en Bert Roebben. Om maar te zeggen: er is iets van aan.
  • De enige twee vragen die echt pijnlijk zijn: ‘wie ben ik?’ en ‘wat kom ik hier in godsnaam doen?’.
  • Jeroens visuele meditatie: denk aan je ouders, vervolgens aan je grootouders, enzovoort, tot je uitgezoomd bent en je hele stamboom ziet. Wie de waanzinnigheid en complexiteit daarvan nog beter wil begrijpen moet deze Wait but why post eens lezen.
  • Jeroen vermeldt de basiswet van het hermetisme: as above so below. Alles is met elkaar verbonden. 
  • Wie schrik heeft van esoterie en liever binnen een meer wetenschappelijk paradigma blijft kan lezen over het butterfly effect. Zo kom je tot dezelfde conclusie dat alles met elkaar verbonden is en ben je weer mee.
  • Ook met kosmoloog Thomas Hertog wandelden we op de randen van het begrijpbare, langs het oneindig kleine en het oneindig grote tot bij de (schijnbaar esoterische) vaststelling dat de mens weer centraal gezet moet worden omdat hij iets onderzoekt waar hij zichzelf niet los van kan zien.
  • Hetty Helsmoortel sprak over de verwondering die gepaard gaat met dat uitzoomen. Van bovenaf naar onszelf te kijken als legomannetjes die wc’s ontstoppen en belastingsbrieven invullen (reminder!).
Hoofdstuk 3: WIJ
Jeroen schuift verbondenheid en verhalen naar voor als de medicijnen tegen alle grote problemen. Over klimaat en hoe een collectieve verantwoordelijkheid veel beter zou werken dan een persoonlijk schuldgevoel. Over de Europese Unie die vergeten is verhalen te blijven vertellen.
 
  • We hadden het al eerder over het onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid. Jeroen lijkt zich aan te sluiten bij Marian Donner, die ook alleen de kwalijke gevolgen ziet van dat schuldgevoel en zegt dat als het over verantwoordelijkheid gaat, we naar naar boven moeten kijken. Ook Christophe Busch sprak over dit verschil naar aanleiding van het kolonialisme. We zijn als afstammelingen van de schuldigen niet schuldig, maar wel verantwoordelijk.
  • We zijn gestopt met Het Europese verhaal te vertellen, enkele uitzonderingen:
    • Geert Mak maakt in zijn meesterwerk In Europa een reis door het continent op het einde van de 20ste eeuw.
    • L’auberge espagnol is een ode aan het Erasmus programma en aan de Europese verbondenheid.
    • Koert Debeuf en Thijs Van de Graaf spraken bij ons over wereldproblemen in een globaal kader. Op die momenten voelden we ons echte Europeanen en vergaten we alle niveaus daaronder.
  • De belangrijkste vraag voor Europa is misschien wel: Hoe creëer je een nieuw WIJ dat niet exclusief is en waar mensen ook willen toe behoren. Het is WIJ waar we al eerder naar op zoek waren met Bert Roebben en Khalid Benhaddou.
  • Jeroen beschrijft in zijn laatste roman Wildevrouw hoe oorlog bad is for business. Handel is beter, maar die handel moet wel een permanente terugkoppeling hebben naar de bevolking.
  • Het wordt bijna een wekelijks mantra, maar het is moeilijk om de kracht van verhalen te onderschatten. Verhalen kunnen ons doen stemmen tegen onze belangen, ze doen ons geloven dat geld bestaat, ze kunnen haat doen opflakkeren en mensen overtuigen om hun leven te geven voor het verhaal. Tegelijk kunnen ze ons verbonden doen voelen met iemand aan de andere kant van de wereld, ze geven ons richting en een plaats in het onoverzichtelijke geheel en ze helpen ons om op lange termijn te denken en dat laatste koekje toch maar te laten liggen. De ficties die we elkaar vertellen vormen de brillen waarmee we naar de wereld kijken. Zonder die brillen zijn we blind. 
  • Christophe Busch leerde ons al dat we de bibliotheek voortdurend moeten afstoffen, dat we de verhalen over het belang van mensenrechten, over de gruwel van de Tweede Wereldoorlog, over de Europese identiteit moeten blijven vertellen.
Hoofdstuk 4: Mycelisch bewustzijn
Over het oude en een mogelijk nieuw model van communicatie. Over netwerken van schimmels die ons anders naar onze eigen realiteit kunnen doen kijken. Over de invloed van de wetenschap op onze manier van kijken, over de fluïditeit van moraliteit en hoe die in Wil zit, maar eigenlijk ook al in het begin van onze literatuurgeschiedenis.
 
  • Het oude model van communicatie met zender, ontvanger, boodschap en ruis: Meester Tom legt uit.
  • Jeroens alternatief model: We zijn – wanneer we luisteren – ook vooral zelf veel aan het doen, gezichtsuitdrukkingen lezen, de boodschap filteren en verbinden met onze eigen ervaringen, assumpties maken, emoties toeschrijven, … Een bijna niet vermetafoorbare complexiteit van zenders die eigenlijk ook ontvangers zijn en pijlen die in tien richtingen gaan en een allesoverheersende ruis die ook wel soms interessant is.
  • Merlin Sheldrake schreef het boek Verweven leven over communicatienetwerken van schimmels die in symbiotische relaties leven met bomen en de natuur nog vele malen wonderbaarlijker en complexer maken dan we dachten. Het boek werd onlangs behandeld bij onze vrienden van Interne Keuken.
  • We spraken al heel wat wetenschappers en we maakten een Grote vraag over het voortschrijdend inzicht en de onzekerheid binnen wetenschap: Hoe zal de wetenschap ons redden?
  • Het is alsof onze hele cultuur en onze manier van kijken naar de wereld gebouwd is op de oude Euclidische, binaire wetenschap en dat wat we vandaag cultureel zien verschuiven gebaseerd is op het langzaam doorsijpelen van de kwantummechanica in de cultuur. Dingen moeten niet per se één of nul zijn, er is plek voor ambiguïteit en onzekerheid. Het is een besef dat nog moet doordringen tot in onze diepste vezels.
  • Eén van de grootste misvattingen over het wetenschappelijke bedrijf is dat het even droog, saai en kwantitatief is als de resultaten die eruit komen. Peter De Graef zei het al: wetenschap komt (net als kunst) tot stand op basis van intuïtie en creativiteit. Jeroen vermeldt Francis Crick die de dubbele helix structuur van DNA (Desoxyribonucleïnezuur) ontdekte en later toegaf dat hij daarbij geholpen werd door LSD (Lysergeenzuurdi-ethylamide).
  • In Wil heeft Jeroen het naar eigen zeggen over de fluïditeit van menselijk gedrag en moraliteit. We denken op het vlak van moraliteit maar al te graag in binaire termen. De goeie en de slechte, de goeie is goed op alle vlakken en de slechte is moreel helemaal gecorrumpeerd. Jeroen toont in Wil dat die breuklijn goed-kwaad helemaal niet tussen mensen loopt maar in elke mens zit. Een mens kan op één dag veel goede en slechte daden stellen.
  • Suggestie voor een doctoraat: moraliteit in animatiefilms. Het valt op dat Japanse animatiefilms zoals Spirited Away (verplicht tegen volgende week) en Howl’s Moving Castle de slechterikken altijd menselijk maken, goed laten worden, de slechtheid zien als het resultaat van omstandigheden, terwijl in Pixarfilms de slechte vaak slecht blijft. Als je het dan over culturele verschuivingen hebt is het interessant om te zien dat Toy Story 1, 2 en 3 een onveranderlijke slechterik hebben terwijl Toy Story 4 het Japanse principe gebruikt. De verschuiving is bezig!
  • Jeroen beschrijft het verhaal van Achilles vanuit die dubbelzinnigheid. De hele Ilias komt voort uit de ambiguïteit van Achilles die zowel moed als wrok in zich draagt en daarmee de hele karmische keten in gang zet.
  • En zo hebben we hier de hele cultuurgeschiedenis behandeld, van de Ilias tot Toy Story 4. Met plezier.
Hoofdstuk 5: Moraliteit is een shortcut
Over ratio en emotie en de overschatting van het eerste ten koste van het tweede. Over stemgedrag, ruzie binnen de relatie en het onbenoembare heden. Over de moraliteit die ons helpt om snel te oordelen maar niet om de complexiteit van de werkelijkheid te begrijpen.
 
  • Jeroen vindt de tweedeling gevoel en ratio al problematisch en de hedendaagse wetenschap geeft hem daarin gelijk. In Behave toont Robert Sapolsky met hersenonderzoek aan hoe vervlochten onze emotionele en rationele capaciteiten met elkaar zijn. Ze zijn niet los te koppelen van elkaar.
  • Het deed ons denken aan ons gesprek met Maxim Februari. Die heeft het over het model van de homo economicus (Wikipedia noemt het geen model maar een mensbeeld) dat vandaag onderwezen wordt als een absolute waarheid en niet als een handige tool die op sommige vlakken waarde heeft maar niet op alle vlakken. Maxim spreekt over de ladder van Wittgenstein die we beklimmen om hem dan weg te gooien. Het idee van de absoluut rationeel handelende mens zonder emotie lijkt wel een ladder die we weigeren weg te gooien.
  • Jeroen gebruikt het Antwerpse woord ‘lomperik‘, voor ons bewoners van de parking is het handig om te weten dat dat hetzelfde betekent als ‘dommerik’.
  • Roberto Calasso is één van Jeroens favoriete auteurs. Het onbenoembare heden gaat over het feit dat je veroordeeld bent tot vandaag en dat je niet weet hoe vandaag in het licht van de geschiedenis beoordeeld zal worden. En toch moet je vandaag handelen.
  • Marnix Beyen stelde de vraag ‘waar blijft dat boek over het verzet?’. Jeroen vindt dat een terechte vraag en geeft toe dat hij met Wil bijgedragen heeft tot de disproportioneel grote aandacht voor de collaboratie in vergelijking met het verzet. Het zou te maken kunnen hebben met wat Christophe Busch de premie voor delict noemt. We hebben altijd meer aandacht voor de daders dan voor de slachtoffers. Daar is nu met de reeks Kinderen van het verzet een beetje verandering in gekomen.
Hoofdstuk 6: Jezelf in the equation brengen
Over de geschiedenis van de wrok die nooit ophoudt. Over onze erfzonde en onze voortdurende strijd met onszelf. Jeroen pleit in dit hoofdstuk voor radicale eerlijkheid (in combinatie met zelfliefde) en hij geeft het goede voorbeeld door die op zichzelf toe te passen.
 
  • Jeroen werd geïnspireerd door de film Zwartboek van Paul Verhoeven, waarin de moeder uitroept ‘Wanneer houdt het op?’.
  • Het houdt nooit op. Dat besefte Louis Paul Boon die in Mijn kleine oorlog duidelijk maakte dat we altijd waakzaam moeten blijven. Het is een boodschap die in het voorwoord van Mijn kleine oorlog (maar ook bij ons) door Rudi Vranckx wordt verdergezet. 
  • Jeroen noemt technologie als onze erfzonde. Wrok is iets fundamenteel menselijk, niet iets dat door een bepaalde ideologie of door technologie naar boven komt. Het zit in ons en het heeft daar altijd gezeten. Het verschil dat technologie maakt is de schaal waarmee die wrok de wereld in kan worden gepompt. Die industriële schaal maakt mogelijk dat wrok vertaald wordt naar een holocaust of naar een atoombom of naar een onomkeerbare temperatuurstijging. De wrok is dezelfde, maar de schaal maakt het een erfzonde.
  • Het ‘jezelf in the equation brengen’ van Jeroen deed ons denken aan ons gesprek met Josse De Pauw. Hij zei: “Alles wat ik doe moet met inbegrip van mezelf zijn”. Allemaal manieren om één of ander eeuwenoud cliché als ‘oordeel niet over een ander zonder te oordelen over uzelf’ te vertalen naar vandaag. 
  • Die genadeloze eerlijkheid zou misschien wel de oplossing kunnen zijn voor veel van de communicatieproblemen waar we vandaag mee zitten. Het deed ons denken aan de verontschuldiging van Dan Harmon tegenover Megan Ganz voor zijn ongepast gedrag tijdens het schrijven van de sitcom Community. Megan noemde het een masterclass in how to apologize.
Hoofdstuk 7: Genadeloze spiritualiteit
Het verhaal van hoe Jeroen van een kleine Jim Morrison evolueerde naar een voorvechter van het genadeloze zelfonderzoek. Over zijn hoogst persoonlijke vorm van harde spiritualiteit die andere, zachtere vormen niet veroordeelt, maar die wel nodig is om hem tot inkeer te brengen.
 
  • Jeroen noemt vaderschap één van de portalen tot dieper begrip. De mannen van Vaderklap gaan dat ongetwijfeld bevestigen.
  • Het onderzoeken van je eigen bagage, zonder verwijten te maken, dat is leerrijk. Verwijten staan het leren in de weg. Dit is een andere versie van ‘moraliteit is een shortcut’. We moeten ons oordeel even uitstellen als we tot waarlijke kennis willen komen. 
  • Jeroen stelt spiritualiteit gelijk aan dat genadeloze zelfonderzoek. Voor hem geen bachbloesems, retreats of stiltestages. Die zijn niet gewelddadig genoeg. Ironisch genoeg doet dat genadeloze zelfonderzoek (wat zijn mijn aannames? Waar zitten mijn biases? Hoe kan ik zo eerlijk mogelijk kijken?) ons heel erg denken aan de wetenschappelijke methode. Of ook aan de radicale eerlijkheid van Ray Dalio in Principles.
  • Een belangrijke nuance is dat je je donkere kant moet omarmen zonder hem te verheerlijken. Jeroen praat over zijn Jim Morrison fase, het vieren van excess, het ‘I wanna get my kicks before the shithouse goes up in flames‘, het Dionysische, de verlengde puberteit of de fase van de leeuw die wil vrij zijn van… en niet vrij zijn om… (dat laatste beeld kregen we cadeau van Philip Brinckman en Friedrich Nietzsche)
  • Lieven Tavernier en Jan De Wilde hadden het misschien wel bij het juiste eind in de Fanfare van honger en dorst. Op een gegeven moment komt er gewoon een nieuwe fanfare.
Hoofdstuk 8: Zombieland
Een mediakritiek die respectvol blijft voor de mensen die in de media werken maar de hele mediawereld wel vergelijkt met een zombiefilm. Jeroen is hard, maar biedt daarna een alternatief. Of hij practicet alleszins wat hij in vorige hoofdstukken preacht en neemt zichzelf mee in the equation.
 
  • Twitter en Facebook worden meestal samen genoemd, vooral als het gaat over de verantwoordelijken voor het einde der tijden enzo. Het is wel opmerkelijk om ze eens iemand uit elkaar te horen trekken. Twitter draagt met de beperkte tekens bij tot de totale vervreemding, tot een liefdeloze zombiewereld, terwijl iemand als Jeroen er wel in slaagt om Facebook te gebruiken om op een meer menselijke manier in interactie te gaan. Laat dit vooral geen verheerlijking van het businessmodel zijn (Jeroen noemt het zelf een faustiaans pact), maar interessant is het wel.
  • Als je op zondag rond 11u zin hebt in een alternatief voor De Zevende Dag, dan kunnen we Night of the living dead en Zombieland aanraden.
  • We zien een parallel tussen De Nachten (een literair-muzikaal festival dat Jeroen mee organiseerde) en de Facebookpagina van Jeroen: als je wil dat er iets gebeurt dan moet het een beetje gevaarlijk zijn, het moet kunnen misgaan. Het is lang zoeken naar dat gevaar op televisie. Alles is heel veilig en voorspelbaar. Een schone uitzondering is Joris Hessels die bij ons al zei dat braaf niet hetzelfde is als ongevaarlijk. We vinden dat ook Lidewij Nuitten onder die beschrijving valt.
Hoofdstuk 9: Collectieve pijn
Over een bijna bovenmenselijk begrip voor de haters. Over de pijn die eigenlijk niet zo heel verschillend is bij verschillende mensen en het fundamentele basisakkoord waarmee wel allemaal meetrillen.
 
  • Fleur Pierets vertelde ons over Jeroens skill om aan mensen die kwaad zijn te vragen ‘Wie heeft er u pijn gedaan?’
  • Nikkie, de vrouw van Jeroen geeft een rituele therapie met muziek, klank en klanken.
  • Ze gebruikt daarvoor een Shruti Box, een soort blaasbalg. Youtube videos met die shruti box spreken over een ‘foundational pitch’, het basisakkoord waar Jeroen naar verwijst, waarmee we allemaal resoneren.

Vind jij het belangrijk dat iedereen naar onze gesprekken kan kijken? 

In tijden van cynisme is ruimte voor twijfel en nuance van levensbelang. Zwijgen is geen optie probeert die ruimte te vrijwaren. En dat kunnen we enkel omwille van ons Mecenaat.

Ons Mecenaat is een club van nieuwsgierige mensen die met hun financiële bijdrage onze werking mogelijk maken. Het zijn ambassadeurs die onze content en visie mee uitdragen. Het zijn de liefste mensen op de wereld.

Leer meer over ons mecenaat >

of over Zwijgen is geen optie.

Met Zwijgen is geen optie proberen we ons samen in te beelden wat er beter kan. We zoeken waar het schuurt, ontdekken de kloof tussen wat er vandaag is en wat er kan zijn en proberen dan samen die kloof te overbruggen. - Anthony

Verwante afleveringen:

Eén reactie

Geef een antwoord